Het levende museum (toneelstuk)

Handleiding voor het maken van een toneelstuk naar aanleiding van een schilderij of een beeldengroep. (Bovenbouw Basisonderwijs)

Vooroefeningen

In dit toneelstuk komt een schilderij (of een beeldengroep) tot leven. De leerlingen moeten er even aan wennen om helemaal stil te staan (of stil te zitten). Vervolgens moeten ze de overgang oefenen tussen stilstaan (of stilzitten) en bewegen.

Oefening 1

Eigenlijk is dit een oefening, die alle kinderen kennen als Annemarie Koekoek. Een kind staat met het gezicht naar de muur, zodat het de andere kinderen niet kan zien. De andere kinderen proberen van de ene kant van de klas naar de andere te lopen. Het kind met het gezicht naar de muur draait zich onverwachts snel om en kijkt naar de klasgenoten. De kinderen die niet stilstaan (of alsnog hun evenwicht verliezen) zijn af.
Als voorbereiding op het toneelstukje bent u wat strikter met de spelregels dan normaal. U let er bijvoorbeeld extra op dat ook "knipperen met de ogen" bewegen is. En als een kind in lachen uitbarst (of heel duidelijk beweegt tijdens het ademhalen), dan is dat kind ook af!

Oefening 2

De kinderen krijgen van u de opdracht om een "levende foto" te maken. U kunt allerlei situaties kiezen, die u wilt "fotograferen". Denk bijvoorbeeld aan een bokswedstrijd, een bruiloft, een schaakwedstrijd, een klas die een proefwerk maakt, een moment uit een voetbalwedstrijd, een deftig restaurant of een discofeestje.
De kinderen krijgen in groepjes de tijd om hun "foto" voor te bereiden. Vervolgens laten ze om de beurt hun "foto" zien aan de rest van de klas. U zegt bij elk groepje: "Een, twee, drie, klik!"   En dan moet een groepje vijf tellen helemaal stilstaan. De rest van de klas kijkt of de leerlingen goed stilstaan en of ze kunnen raden wat de "foto" voorstelt.

Oefening 3

Alle groepjes maken tegelijkertijd nog een keer de "foto" uit oefening 2. Als ze allemaal goed stilstaan in de "foto", dan geeft u een teken. Dat betekent dat de "foto's" langzaam maar zeker tot leven komen! Natuurlijk is het niet zo, dat de kinderen zich van het ene op het andere moment weer soepel kunnen bewegen. Ze zijn wat stijf en stoffig, na jaren in de "foto" opgesloten te zijn geweest. Bespreek met de kinderen hoe ze hun armen en benen kunnen strekken en als stijve, oude dames en heren wat oefeningen kunnen doen, om weer soepel te worden.

Muziek

Bij oefening 3 kunt u de kinderen helpen, door tijdens het loskomen uit de "foto" wat passende muziek op te zetten. U kunt daarbij denken aan:
– een van de Promenades uit Pictures at an Exhibition, van Modest Mussorgsky (1839-1881), orkestratie van Ravel (1929);
– het lied van de cold genius uit King Arthur (1691), van Henry Purcell (1659-1695), derde acte, tweede lied.
Het ritme van de muziek zal de kinderen aanzetten tot een andere manier van bewegen, die bij de scène past.

Toneelbeeld

Een zaal in een museum. In het midden een laag bankje, waar bezoekers op kunnen zitten. Tegen een muur een schilderij (of een beeldengroep). (Het schilderij is driedimensionaal in dit geval, want het zijn de kinderen, die het "levende schilderij" verbeelden!)

Personages

– De personen in het schilderij.

– Henk, een suppoost.

– John, ook een suppoost.

– Kunstkenner, die rondleidingen geeft.

– Museumbezoekers.

Rekwisieten

De benodigde rekwisieten zijn afhankelijk van het schilderij, dat u uitzoekt om te gebruiken als basis. In mijn geval zijn nodig:
– Een walkietalkie, die het echt doet. (Te koop in de speelgoedwinkel.)
– Een zak chips.
– Een fles rode wijn. (Druivensap ziet er uit als echte wijn!)
– Een radio/cd-speler.

Het verhaal in scènes

Het levende museum is een toneelstukje met een eenvoudige verhaallijn en is verdeeld in acht scènes. Hier volgt de beschrijving.

Scène 1

In het museum is het druk. Tegen een muur is een beroemd schilderij gezet, dat veel belangstelling trekt. Er zitten wat bezoekers op het bankje en er lopen wat mensen mee met een kunstkenner, die uitleg geeft bij het schilderij. In een hoek van de zaal staat een suppoost. Hij draagt een walkietalkie en heeft duidelijk last van zijn voeten. Af en toe gaat hij anders staan en zucht dan nadrukkelijk. In een andere hoek staat een radio/cd-speler.
De kunstkenner geeft uitleg bij het schilderij. Bijvoorbeeld: "De mensen op dit schilderij waren arm. Aardappelen, gedoopt in spekvet, waren al een hele luxe. Kijkt u eens naar de manier waarop deze vrouw haar koffie inschenkt. De hongerige blik in de ogen van alle mensen om de tafel zorgt ervoor dat wij ook aan eten denken. Mag ik u wijzen op het restaurant in dit museum, waar u ook authentieke aardappelen met spekvet kunt bestellen?" De kunstkenner loopt daarna met alle bezoekers de zaal uit.

Scène 2

De suppoost loopt door de zaal en praat in zijn walkietalkie met de andere suppoost: "Henk, ik ga deze zaal afsluiten. Over."
Door de walkietalkie komt het geluid van de andere suppoost: "Goed zo, John. Ik ga deze zaal ook sluiten. Ik zie je bij de uitgang. Over en uit."
De suppoost blijft even bij het schilderij staan en mompelt: "Wat een drukte over een simpel schilderij van mensen die gewoon een aardappeltje eten. Zij zitten lekker aan tafel de hele dag te smikkelen. Maar ik moet de hele dag in een hoekje staan op mijn arme, pijnlijke voeten. Ik zou ook wel eens een hele dag willen zitten." De suppoost zucht vermoeid en loopt de zaal uit.

Scène 3

De suppoost is weg. Even is het helemaal stil in de museumzaal. Dan hoort het publiek ineens: "Psst!" Het geluid komt uit het schilderij, maar de personen in het schilderij bewegen niet. "Psst. Kunnen we?" Een andere stem antwoordt: "Ja. We kunnen. Iedereen is weg."
Heel langzaam gaan de personen in het schilderij bewegen. Ze bewegen eerst heel stijf en staccato en doen wat oefeningetjes. "Oké! Feest!" roept een van hen. "Muziek!" De radio/cd-speler wordt aangezet en de personages uit het schilderij gaan dansen. Al dansend worden ze steeds soepeler in hun bewegingen.
Een van de personages heeft een zak chips, die hij (of zij) ronddeelt. Een andere persoon heeft een fles wijn, die hij (of zij) doorgeeft. "Geweldig wat de bezoekers toch allemaal achterlaten," zegt hij (of zij). "Wie neemt er nou een fles wijn mee naar het museum?" Iedereen lacht en feest door. "Weer eens wat anders dan aardappelen en spekvet met koffie."
"Kom, jongens. Nog één slok en dan moeten we terug. Straks is de zaal weer van de gewone mensen!"
Stuk voor stuk nemen de personen weer hun positie in in het schilderij. Het lijkt alsof er helemaal niets is gebeurd. Alleen op de grond ligt een handjevol kruimels van de chips...

Scène 4

De suppoost komt binnen. Hij praat in zijn walkietalkie: "Henk, we kunnen weer open. Hier is alles in orde. Gooi jij de voordeur open? Over."
Door de walkietalkie komt een antwoord: "Ja John, hier ook alles in orde. Ik doe de deur open. Over en sluiten."
John loopt zuchtend door de zaal. Dan ziet hij de chips op de grond liggen. Hij bukt zich en raapt de chipskruimels op. Hij frommelt de chips in de zak van zijn jasje. "Vreemd. Chips op de vloer. Zou ik dat gisteren niet gezien hebben? Dat is gek," zegt hij. En hij gaat met een pijnlijk gezicht in zijn hoek staan.

Scène 5

Opmerking vooraf. Deze scène is een herhaling van wat we eerder gezien hebben in scène 1. Het is leuk om de scène deze keer op muziek te spelen, dus zonder tekst!
Er zijn weer veel bezoekers in het museum. Ze bekijken de schilderijen. De kunstkenner vertelt over het schilderij en verwijst de mensen weer duidelijk naar het restaurant.
Uiteindelijk zijn alle bezoekers weg. De suppoost controleert de zaal en pakt zijn walkietalkie. (De muziek wordt zachter en zachter en gaat ten slotte helemaal uit...)

Scène 6

De suppoost praat in zijn walkietalkie. "Ja John, alles in orde. We kunnen sluiten. Over en uit." De suppoost loopt weg. De personages in het schilderij stappen weer de zaal in en staan zich los te schudden en oefeningetjes te doen. "Wie heeft er nog wat wijn of nog wat chips, jongens?" vraagt iemand. Ineens staat de suppoost weer in de zaal. "Wat is hier gaande?" stamelt hij. Eerst is hij stomverbaasd. Maar langzaam maar zeker wordt hij woedend. "Wat krijgen we nou? Hoe kan dit? Jullie horen niet los te lopen. Jullie horen in een lijst! Jullie zitten de hele dag stil op je billen aardappels te eten, terwijl ik op mijn voeten sta en voor jullie aan het werk ben. En dan ben ik even weg en dan gaan jullie zeker een potje feestvieren. Zijn jullie helemaal betoeterd! Dit moet John horen! Moeten jullie eens opletten wat er gebeurt!"
Terwijl de suppoost kwaad weg wil lopen, springen de personen uit het schilderij boven op hem en grijpen hem stevig vast. "Wij betoeterd? U bent zelf helemaal betoeterd, bedoelt u! U komt maar eens een tijdje bij ons in het schilderij wonen. Dan zult u eens zien hoe leuk het is om overdag naar de mensen te kijken en 's nachts een feestje te bouwen. Let maar eens op. U zult veel minder last van uw voeten hebben!"
De aardappeleters stappen weer terug in het schilderij en slepen de suppoost mee. Die sputtert nog een beetje tegen, maar gaat uiteindelijk lekker zitten op een stoel. "Ik moet zeggen dat het wel lekker zit. Beter dan de hele dag staan in mijn hoekje," zegt hij. Iedereen in het schilderij staat weer stokstijf stil. Ook de suppoost!

Scène 7

Het schilderij is compleet stil en rustig. In de zaal ligt de walkietalkie van Henk. We horen uit die walkietalkie: "Henk, Henk, kunnen we open? Over." En even later weer: "Henk, Henk, hier John. Ik herhaal. Kunnen we open? Over."
John komt ongerust de zaal binnen. Hij vindt de walkietalkie van Henk en mompelt: "Wat gek. Henk zou toch pas volgende week op vakantie gaan? Vreemd." Hij loopt de zaal uit, maar staat nog even stil bij het schilderij. Hij kijkt een moment heel aandachtig naar de figuren op het schilderij, maar schudt dan zijn hoofd en loopt weg, de zaal uit.

Scène 8

In de hoek staat John een beetje onwennig. Er zijn weer heel wat bezoekers. En de kunstkenner vertelt de mensen weer zijn verhaaltje over de aardappeleters. Maar ineens is hij stil. Hij kijkt naar het schilderij, buigt zich wat voorover,  mompelt wat in de trant van: "Wacht eens even... Dat lijkt wel..." en gaat dan weer recht staan. Maar dan lacht hij verontschuldigend naar de bezoekers en zegt: "Zoals ik al zei, u kunt in dit restaurant genieten van authentieke aardappeltjes in spekvet..."
De kunstkenner en de bezoekers lopen de zaal uit. John, de suppoost, pakt zijn walkietalkie en zegt, terwijl hij wegloopt: "Karel, Karel, hier John. We kunnen sluiten. Over en uit!"

Kleding

Als u met de klas een schilderij (of een beeldengroep) hebt uitgekozen, dan is het natuurlijk een uitdaging om kleding te zoeken, die écht lijkt op de kleding, die de mensen aan hebben in het originele schilderij.
Als u bijvoorbeeld uitgaat van De aardappeleters, dan kunt u misschien voor weinig geld ongebleekte, katoenen lappen vinden op de markt. Door die lappen in thee te drenken, krijgen ze een bruinige kleur, die zorgt voor een authentieke uitstraling.

Schilderijlijst

U kunt benadrukken dat het een schilderij is, door een supergrote lijst te maken van goedkope, vurenhouten balkjes uit de bouwmarkt, die u een kleurtje geeft. U kunt de houten balkjes natuurlijk eerst krullerig en kitscherig maken door er purschuim op te spuiten. Na uitharding kan het geheel dan goud- of zilverkleurig worden geschilderd.
Als u de lijst met touwtjes aan het plafond weet vast te maken (of een steuntje aan de achterkant kunt bevestigen, zodat de lijst niet omvalt), dan kunnen de spelers gemakkelijk in en uit het schilderij stappen.

Programmaboekje

Als u het toneelstuk opvoert voor ouders of andere klassen, dan is het de moeite waard om een programmaboekje te maken. Hierin kan dan ook een afbeelding van het originele schilderij (of de beeldengroep) worden opgenomen. Dan weten de toeschouwers ook meteen welk schilderij als uitgangspunt voor het toneelstuk is genomen.

Veel plezier!